Studio Westen | Fotografie

Handmatig of (half)automatisch, wat kies je?

Je camera heeft verschillende standen waarin je kunt fotograferen. Vaak kun je kiezen uit de volledig automatische standen voor landschap, macro, portret, sport en nachtfotografie. Maar daarnaast heb je de optie om te kiezen voor de half-automatische standen met sluitertijd- of diafragmavoorkeuze. Of om de camera volledig handmatig in te stellen. Welke instelling moet je nou kiezen?

Als je een foto maakt, wil je dat die goed belicht is. De foto moet niet te donker zijn, maar ook niet te licht. Als je de camera op een van de automatische standen zet, dan komt de foto er meestal redelijk goed belicht uit te zien. Tenminste, als je in “gemiddelde” lichtomstandigheden fotografeert.

Het wordt lastiger wanneer je een foto wilt maken in een relatief lichte omgeving (bijvoorbeeld een sneeuwlandschap) of in een donkere omgeving (zoals een avond of nachtfoto). Dit levert vaak een totaal ander resultaat op dan jij voor ogen had. Zoals bijvoorbeeld sombere, grijze sneeuwfoto’s. Of lelijk ingeflitste of bewogen avondfoto’s.

Instellingen

Je camera heeft drie mogelijkheden om de belichting in een foto aan te passen: Deze drie instellingen hebben niet alleen invloed op de belichting van je foto, maar ook op de hoeveelheid beweging, scherptediepte en ruis in je foto.

Automatisch of manueel?

Wanneer je je camera op een automatische stand zet, zullen de instellingen zo gekozen worden dat die gemiddeld goed zijn voor jouw keuze. Bij bijvoorbeeld de landschap-stand zal alles van voor tot achter in je foto scherp worden weergegeven. Terwijl bij een portret-stand de voorgrond scherp wordt weergegeven tegen een wazige achtergrond.

Maar wat nu als jij wilt fotograferen in omstandigheden die niet “gemiddeld” zijn? Of niet tevreden bent met de foto’s die je in de automatische stand van je camera maakt? Dan wordt het tijd om je te verdiepen in de instellingen van je camera. En te leren hoe je je camera handmatig (manueel) instelt: de M-stand.

Als je weet hoe je je camera kunt instellen, wordt fotograferen veel leuker! Je krijgt veel meer mogelijkheden om de foto’s te maken zoals jij ze ziet. En daarnaast krijg je veel meer ideeën over hoe je leukere en interessantere foto’s kunt maken.

Half-automatisch

Wanneer je de camera-instellingen beheerst, dan worden ook de half-automatische standen heel interessant. Hierbij kies je één instelling zelf en de andere instellingen worden supersnel door je camera ingevuld. Reuzehandig wanneer je in snel wisselende lichtomstandigheden zit.

Bij sluitertijd-voorkeuze – de S-stand (of Tv-stand) – kies je van tevoren met welke sluitertijd je wilt gaan fotograferen. Je camera kiest daar dan het juiste diafragma en de ISO-waarde bij, die goed belichte foto’s opleveren. Deze stand kun je bijvoorbeeld gebruiken wanneer je vogels in vlucht wilt fotograferen.

Wanneer je met diafragma-voorkeuze – de A-stand (of Av-stand) – werkt, kies je vooraf het diafragma waarmee je aan de slag wilt. In dit geval stelt de camera daar een geschikte sluitertijd en ISO-waarde bij in. Hier kun je bijvoorbeeld gebruik van maken wanneer je een dier scherp in beeld wilt met een onscherpe voor- en achtergrond.

Welke stand kies je?

Er is dus geen eenduidig antwoord op de vraag “Welke stand kan ik het beste kiezen?” Wanneer je je camera nog niet handmatig kunt instellen, kies je de automatische stand die het beste bij de situatie past.

Kun je je camera wel manueel instellen, dan kun je de M-stand kiezen voor volledige controle. Of, afhankelijk van het onderwerp, voor de S- of A-stand kiezen bij snel wisselende omstandigheden.

Welke stand je ook kiest, ik wens je heel veel plezier met fotograferen!